Tijdens communicatie met een hostcomputer werden geen gegevens verzonden of was de gegevensoverdracht onvolledig.
Tijdens communicatie met een hostcomputer werden geen gegevens verzonden of was de gegevensoverdracht onvolledig.
Mogelijke oorzaak 1: Het apparaat werd uit de cradle verwijderd of losgekoppeld van de hostcomputer tijdens communicatie. Oplossing 1: Plaats het apparaat terug in de cradle of sluit de communicatiekabel opnieuw aan en verzend opnieuw.
Mogelijke oorzaak 2: Onjuiste kabelconfiguratie. Oplossing 2: Neem contact op met de systeembeheerder.
Mogelijke oorzaak 3: Communicatiesoftware is onjuist geïnstalleerd of geconfigureerd. Oplossing 3: Voer de installatie opnieuw uit.